GEZOCHT: voormalig bankmedewerkers afdeling bijzonder beheer en/of zakelijke financieringen die (indien gewenst anoniem) hun ervaringen en visie met de stichting willen delen. U kunt contact met ons opnemen via het contactformulier of info@bankenboeven.nl

Rabobank Apeldoorn haalt bakzeil

Rabobank Apeldoorn haalt bakzeil
Type
particulier
Datum
01 jun 2015
Bank
(vestiging )
Aangever
Het verhaal van Han en Ingrid en hoe zij dachten “in zee” te gaan met een betrouwbare financiële partner om hun droom waar te maken.

Han en Ingrid hadden een lang gekoesterde droom, namelijk weg uit Nederland en onder de Spaanse zon zeilvakanties aan gaan aanbieden.

Han heeft zijn hele leven in het onderwijs gewerkt en heeft een vast inkomen. Ingrid had ook niet bepaald stil gezeten en had uit een vorig huwelijk o.m. een geheel onbelaste recreatiewoning overgehouden. Met een degelijke financiële basis durfde het echtpaar het avontuur aan te gaan.

Het is 2007 en de eerste tekenen van de economische crisis worden zichtbaar in Amerika.

Na veel zoeken, offertes aanvragen, rekenen, wikken en wegen viel de keuze op een Nautitec 44. Dit is een catamaran met maar liefst 4 hutten zodat er genoeg plaats is voor gasten.
De Frieslandbank was bereid het echtpaar te financieren. De bank had immers een speciale watersport afdeling en dus genoeg kennis van zaken in huis om een passende financiering op te tuigen.
De boot kostte ruim € 370.000,-- (exclusief BTW); een aanzienlijke investering. De financiering bestond uit een overbruggingslening ad € 100.000,-- op de woning van Ingrid, een lening van € 179.600,-- op de boot zelf,  een BSK lening ad € 91.400,--. Daarnaast werd een rekeningcourantfaciliteit verstrekt met een limiet van € 40.000,-- (rente 6,5%).  

Han en Ingrid waren doordrongen van het feit dat ze met een dergelijke financiering wel zeker van hun zaak moesten zijn. Doordat zij er een sobere levensstijl op nahielden konden zij met weinig rondkomen. Daarbij was de boot nieuw en is Han niet bepaald een kluns als het aankomt op het klussen en onderhoud aan de boot. Besloten werd om de eerste jaren in de zomer zowel in Nederland als in Scandinavië te varen en in de winter in Spanje (Canarische eilanden).

In 2008 werd de boot vol trots van de Franse werf opgehaald. Het avontuur kon beginnen! Het jaar gaat goed van start met bedrijfsuitjes, vergaderingen en vakantietochten, goed voor een omzet van € 45.000,--. In september 2008 komt de crisis ook hard aan in Europa. Al snel bleken bedrijven in Nederland sterk te bezuinigen op uitstapjes e.d. In 2009 blijven de beoogde boekingen uit en was het behoorlijk puzzelen om de touwtjes aan elkaar te knopen. Han en Ingrid zetten alle zeilen bij en weten ook in 2009 een omzet van € 45.000,-- te realiseren, voldoende om de lopende kosten, rente en aflossingen te betalen.

Door het inkomen van Han, zuinig te leven en iedere kans aan te grijpen weten Han en Ingrid er toch het beste van te maken. De recreatiewoning is verhuurd en uit die opbrengst kan de hypotheek op het huis worden betaald. Eind 2012 echter wordt de huur opgezegd en staat de woning tot begin 2014 leeg, waardoor zij hoge lasten hadden. Op enig moment maakte een huurder kenbaar de woning te willen kopen. De bank zag echter geen mogelijkheid de huurder een financiering te verstrekken dus ging de verkoop niet door. In 2014 besluiten ze de woning in te richten voor week- en weekendverhuur, wat in 2014 voldoende oplevert om de hypotheeklasten op het huis te dragen.
 
Tot april 2013 weten Han en Ingrid met veel inzet en motivatie de eindjes aan elkaar te knopen om aan al hun verplichtingen te kunnen blijven voldoen. Helaas worden ook zij door de crisis hard getroffen en de omzet in het eerste halfjaar is bedroevend slecht. Het tweede halfjaar trekt gelukkig nog aan en het jaar wordt alsnog afgesloten met een omzet van € 31.000,-- te weinig echter om de verplichtingen aan de bank te kunnen voldoen, mede omdat de rentes in januari 2013 aanzienlijk werden verhoogd (eind 2012 was daarbij de rente op de rekeningcourant al verhoogd naar 7,75%).

Zo verstrijken de jaren en verdiepte de crisis zich verder en verder, waarbij de huizenprijzen steeds verder zakken, zeker in het segment van de recreatiewoningen. Met de prijzen van schepen was het ook al niet veel beter gesteld. Stoppen met het project zou een restschuld opleveren van tonnen en was geen optie.

Om het tij te kunnen keren besloten Han en Ingrid eind 2012 Nederland voorgoed te verlaten. Ze vatten het plan op om in de zomer de boot te verhuren op de Spaanse eilandengroep De Balearen en in de winter op de Canarische eilanden. Dit scheelde enorm veel tijd en kosten. Ook bleef het materiaal langer heel. De consequentie was wel dat daarmee het centrum van hun voornaamste belangen volledig in Spanje kwam te liggen. Al hun activiteiten worden ontplooid in Spanje, de BTW (IVA) moet daar worden voldaan, etc.

Han en Ingrid mochten steeds meer buitenlandse gasten aan boord verwelkomen, vooral Duitse gasten omdat zij minder last ondervinden van de crisis. In 2014 wordt een omzet gerealiseerd van € 40.000,--, Han en Ingrid zijn vanaf juni weer in staat om hun verplichtingen aan de bank te voldoen en weten de overstand op de rekening-courant terug te brengen met € 8.200,--. De gewijzigde koers werpt zijn vruchten af!

In april 2014 worden Han en Ingrid op het kantoor van Rabobank Apeldoorn uitgenodigd. Frieslandbank was immers overgegaan naar de Rabobank en daarmee waren Han en Ingrid ongevraagd klant geworden van Rabobank Apeldoorn. Nog voordat de koffie was uitgeschonken wist de betreffende accountmanager (Mw. Jacqueline IJ.)  al te melden dat het krediet zou worden opgezegd. Mevrouw maakte een emotionele indruk en het had voor Han en Ingrid een intimiderend karakter, waarbij zij zich als klant zo onnozel mogelijk moesten voelen.

Na dit  “gesprek” doen Han en Ingrid er alles aan om met de bank tot een oplossing te kunnen komen. Op 24 september volgt een tweede gesprek. Doordat Han daarbij niet aanwezig kon zijn, ze zich goed hadden voorbereid en met lotgenoten hadden gesproken, leek het Ingrid een goed idee om het gesprek op te nemen. De indruk van Han en Ingrid dat Jacqueline enige vorm van dossierkennis ontbeerde werd direct bevestigd door haar eigen uitspraak: “Wat heeft het voor zin om al die meuk te lezen; dat heb ik niet gedaan ook”.



Als klap op de vuurpijl worden ze vergeleken met “kermisklanten”; blijkbaar binnen Rabobank een scheldwoord, terwijl wij goede ervaringen hebben met mensen die attracties exploiteren op evenementen. Han en Ingrid kunnen hun oren nauwelijks geloven. Op zoveel agressie en onredelijkheid hadden ze  niet gerekend. En er was meer…. Han en Ingrid hadden namelijk een gedegen bedrijfsplan opgesteld. Jacqueline schuift dit echter, zoals eerder het gehele dossier, zonder inzage en enige vorm van kennisname terzijde en geeft aan dat alle door Han en Ingrid bedachte reddingsplannen mosterd na de maaltijd zijn omdat de beslissing de financiering per 1 november op te zeggen toch al genomen was. Daar sta je dan als klant….

Zonder inhoudelijke reactie of verklaring wordt alles van tafel geveegd. Ondanks alle voorstellen, inspanningen en niet te vergeten vragen en eisen van de bank, welke extra kosten met zich hadden meegebracht. Expliciete vragen van Han en Ingrid worden niet beantwoord en er is geen enkele medewerking om tot een voor alle partijen constructieve oplossing te komen.

Uiteindelijk dienen Han en Ingrid een klacht in bij Rabobank Apeldoorn over de gehele gang van zaken. Wat schetst hun verbazing, de klacht wordt behandeld door de heer R.C., de directe leidinggevende van Jacqueline, welke tot de “verbazingwekkende” conclusie komt dat Jacqueline het dossier uitermate zorgvuldig heeft behandeld en haar in deze geen enkele blaam treft. Dat gezegd hebbende is hun klacht afgewezen en blijft Jacqueline hun aanspreekpunt bij Rabobank Apeldoorn. Een en ander wordt niet persoonlijk doch in een standaardbrief medegedeeld. Han en Ingrid kunnen zich wenden tot Rabobank Nederland; zelfde procedure…

De maanden verstrijken en de sfeer werd er niet bepaald beter op. Jacqueline wist het klaarblijkelijk ook niet meer zo goed en besloot het zwaar beschadigde dossier dan maar over te doen aan Reijnders Advocaten te Eindhoven. Bij Reijnders Advocaten vonden ze het nodig om Mw. Inge L. op het dossier te zetten. Niet getuigende van veel (dossier)kennis commandeerde Inge dat Han en Ingrid in januari 2015 de Catamaran maar even naar Nederland moesten varen vanaf de Canarische eilanden. Deze reis beslaat  duizenden zeemijlen en is niet bepaald ongevaarlijk tijdens het orkaanseizoen op de Atlantische oceaan. Han en Ingrid stonden perplex, na alles wat ze al hadden meegemaakt was dit wel het laatste waar ze op hadden gerekend, denkend aan de risico’s en de kans op aanzienlijke schade aan lijf en leden, alsmede de boot zelf.

Een catamaran is een bijzondere boot. Beter gezegd, een catamaran bestaat uit twee rompen, verbonden aan elkaar door een grote kajuit en voorop een trampoline. Het voordeel van deze constructie is dat dat je een erg breed schip hebt (dus veel ruimte), het vaart heel snel en bovendien helt het niet over zoals een normale zeilboot doet. Ideaal dus voor de verhuur aan groepen. Het nadeel is dat veel havens niet of heel slecht zijn uitgerust om dergelijke schepen te herbergen. In Nederland is er daarom eigenlijk geen markt voor dit soort schepen. In Zuid-Europa ligt dat anders. Je ziet daar dit soort boten vaak, veelal onderweg als charterschip.

Een dergelijke boot in Nederland verkopen zal niet bepaald de best mogelijke prijs opleveren. Een boot verkopen in Spanje is lastig als je zo weinig dossierkennis hebt als Inge. Op enig moment leek ook de Rabobank tot dit inzicht te zijn gekomen. Daar komt nog eens bij dat  banken een bijzondere  zorgplicht hebben  bij de afwikkeling van een financiering en er alles aan moeten doen om een faillissement te voorkomen en de restschuld te minimaliseren om in aanmerking te komen voor een uitkering vanuit de borg. Uitwinning van de zekerheden dient daarom zorgvuldig voorbereid te worden. Een coöperatieve sfeer tussen partijen is daarom een must en Rabobank had hier, gezien bovenstaand feitenrelaas, de “boot” behoorlijk gemist.

Als alternatief voor de naar alle waarschijnlijkheid zwaar verliesgevende verkoop/executie van de boot kwam de optie van herfinanciering ter sprake. Dit zou natuurlijk nooit een herfinanciering kunnen worden voor het gehele uitstaande bedrag. Met andere woorden, de bank scheldt een stuk van de lening kwijt, waarbij dit voor de bank aanzienlijk minder kosten en over het geheel aanzienlijk minder restschuld oplevert dan alle andere alternatieven. Bovendien hebben Han en Ingrid al  torenhoge rentes betaald, tot wel ruim 11%(!) op de rekeningcourant.

Bootfinancieringen zijn lastig en Nederlandse banken wagen zich daar in de regel niet meer aan. Er zijn een aantal buitenlandse, gespecialiseerde partijen die dit wel doen. Het aanvraagtraject voor een dergelijke buitenlandse financiering is kostbaar en gecompliceerd en moet goed voorbereid worden. Voordat een financieringsaanvraag wordt ingediend en door een dergelijke partij in behandeling wordt genomen, moet er tussen partijen (bank en kredietnemer) overeenstemming zijn over de hoogte van het bedrag waarvoor “afscheid” genomen kan worden. Daarmee wordt voorkomen dat de bank de geboden herfinanciering alsnog afwijst en partijen wederom met lege handen staan. Bovendien speelt het risico dat buitenlandse investeerders andere dossiers en aanvragen om die reden niet meer in behandeling wensen te nemen.

Meermaals is de Rabobank in dit kader een voorstel gedaan wat bestond uit:
Herfinanciering bank € 100.000,--
Herfinanciering particuliere partij € 80.000,--
Verkoop recreatiewoning € 40.000,--
Borg € 55.000,--
Gedurende 3 jaar een jaarlijkse betaling van € 6.000,--
Totale positie € 293.000,-- waarbij de bank dus € 57.000,-- zou moeten laten “varen” op de totale financiering van € 350.000,--.

Door de aanhoudende weigering van de bank te communiceren en het feit dat de bank niet op de hoogte is van de voorwaarden van de borgstellingsregeling, werd het voorstel ten onrechte afgewezen. Eén telefoontje met het Ministerie van Economische Zaken, was voldoende om bevestigd te krijgen dat de bank hier recht opheeft, zodra zij kunnen aantonen dat zij zorgvuldig met het dossier zijn omgegaan en meegewerkt hebben aan een oplossing. Het dossier kwam in een impasse te zitten. Zou de boot verkocht of geveild worden of zou er toch nog een oplossing komen met de bank?

Han en Ingrid durven geen nieuwe boekingen meer aan te nemen omdat de Rabobank alle  huurpenningen opeist. Dit zou als consequentie hebben dat gasten die in de regel, ruim van te voren boeken en betalen het risico lopen geen reis te krijgen. Los van de huursom zouden deze mensen dan ook het geld van vliegtickets,  etc. kwijt zijn. Deze constructie lijkt Han en Ingrid toch wel heel erg op een vorm van oplichterij.

Inmiddels werd het 2015. De start van een nieuw seizoen. Geen enkele reactie van de bank of haar advocaat. De grootst mogelijke onzekerheid… slopend. De potentiële koper welke zij hadden voor de recreatiewoning als ook de particuliere partij welke voor € 80.000,-- wilde investeren in de herfinanciering trekken zich hierdoor terug.

In april 2015 is het dan zover. Zonder enige vooraankondiging valt er een exploot binnen waarin door de Rabobank het faillissement van Han en Ingrid wordt aangevraagd. In antwoord hierop wordt een nieuw voorstel uitgewerkt, rekening houdend met het feit dat de investeerders hebben afgehaakt.

Herfinanciering boot € 140.000,--
Borg € 50.000,--
Executie recreatiewoning ca. € 20.000,--
Gedurende 3 jaar een jaarlijkse betaling van € 6.000,--

Tijdens de onderhandelingen worden er opnieuw vragen, eisen en randvoorwaarden gesteld, zonder inhoudelijk op het voorstel in te gaan. Intussen is de rechtszitting al twee keer uitgesteld. De bank komt met de eis dat Han en Ingrid € 2.500,-- per maand moeten gaan betalen. Dit is niet haalbaar en Han en Ingrid stellen voor dit te verlagen naar € 1.300,-- per maand over een maximum periode van 3 maanden. In deze tijd zou de herfinanciering realiseerbaar zijn. Antwoord: de rechtszitting op 26 mei gaat door....

De bank had weliswaar een recht van hypotheek, maar dat leek geen probaat middel te zijn. Spreken met een curator lijkt voor de bank een betere optie dan spreken met 2 gedreven ondernemers die vechten voor hun bedrijf?!

Al snel werd duidelijk dat Inge wat kort door de bocht was gegaan. Immers, het centrum van de voornaamste belangen lag al 3 jaar niet meer in Nederland, maar in Spanje. De Nederlandse rechter is daarom niet bevoegd. Inge wist dit feit ”keihard” te pareren omdat Han en Ingrid een mobiele telefoon hebben met een Nederlands nummer.

Han en Ingrid hebben uiteraard  ook een Spaans nummer. Dit nummer wordt i.v.m. de kosten echter niet gebruikt voor contacten buiten Spanje.

Ook kon Inge keihard aantonen dat Han en Ingrid een website hebben waarvan het domein eindigt op .nl.

Han en Ingrid hebben twee domeinen, één eindigend op .com en één eindigend op.nl. De eerste wordt automatisch doorgelinkt naar het .nl domein waar de website origineel op gebouwd is.

Vervolgens werd het zoeken voor Inge naar de minimaal 2 schuldeisers, benodigd voor een faillissement. BKR ondersteboven, niks. Dan maar een crediteur  zoeken. Probleem was dat Han en Ingrid al drie jaar in Spanje woonden en werkten, dus geen tweede schuldeiser te vinden. Wacht dacht Inge, ze zullen vast de verzekering voor de boot niet betaald hebben. Ondanks alle bevestigingen, bankafschriften, polisbladen, etc. was  Inge niet overtuigd. Inge  belde  de verzekeringsagent die de volgende verklaring aflegde: “De boot is verzekerd in geheel Europa met als extra vaargebied en ligplaats Middellandse zee. Indien de boot terug vaart naar Nederland is dit dus verzekerd. De premie voor de periode 18 januari 2015 tot 18 juli 2015 is voldaan en de dekking is dus gewoon van kracht. Er is overigens nimmer premieachterstand geweest”.

Ook nadat dit spoor op niks uitliep dacht Inge niet: ”misschien is onderhandelen toch beter”. Welnee, doorgaan want ik kan me geen gezichtsverlies permitteren. Ah, daar hadden we de doorbraak! Han en Ingrid hadden namelijk een verplichte overlijdensrisicoverzekering gekoppeld aan de hypotheek. Deze verzekering was lineair dalend en kende nog een dekking van minder dan € 20.000,--.  Deze verzekering per 1 november 2014 beëindigd, aangezien de lening door de bank was opgezegd. Omdat de verzekering vroegtijdig was gestopt kregen Han en Ingrid de in totaal € 1.800,-- aan te veel betaalde premie terug. Dit betrof geen opbouwdeel zoals in een levensverzekering, maar gewoon het te veel aan betaalde premie. De bank is hiervan in kennis gesteld door Aegon en heeft niet gereageerd. De teveel betaalde premie zou de bank toekomen volgens Inge, het verschil niet wetende tussen een overlijdensrisicoverzekering en een levensverzekering. Maar ach, kom, dat ziet geen rechter… Bovendien blijkt uit e-mail verkeer tussen de Rabobank en Aegon dat de Rabobank deze € 1.800,-- bij Aegon geclaimd en betaald heeft gekregen en dat Aegon dit bedrag dan maar op Han en Ingrid moest verhalen. Ah een tweede schuldeiser; want wanneer er geen te vinden is dan creëer je er toch simpelweg een… Inge voelde zich met zo veel feiten behoorlijk comfortabel, de faillissementszitting moest en zou er komen.

Dinsdag 26 mei 2015, 5 man sterk naar de rechtbank in Haarlem. Het resultaat leest u hier (beschikking d.d. 28 mei).

Tijdens de rechtszitting wordt door Inge nog een factuur van Droompark Beekbergen opgevoerd. Deze rekening was van 24 februari 2015 en betrof een bedrag van bijna € 997,-- voor de parklasten van de recreatiewoning. Aangezien er onenigheid was over de hoogte van deze lasten tussen het park en de Vereniging van Eigenaren hadden Han en Ingrid besloten deze niet onmiddellijk te betalen, maar pas op 16 april jl. Blijkbaar is door Inge niet gecontroleerd of deze factuur inmiddels betaald was. Is dit pure laksheid of speelt er iets anders? Merkwaardig is ook dat gedurende een periode van 2 maanden Han en Ingrid geen enkele herinnering hebben ontvangen. De argeloze lezer zal zich wellicht afvragen of hier sprake is geweest van een “één-tweetje” tussen de Rabobank en Droompark Beekbergen.

Zoals u in de beschikking van 28 mei jl. heeft kunnen lezen heeft de rechter zich niet bevoegd verklaard. Kosten noch moeite zijn door de Rabobank gespaard en met welk resultaat?

Onbegrijpelijk, zeker gezien het feit dat  we meermaals getracht hebben met hen in overleg te treden over  aanzienlijk minder tijdrovende, minder kapitaalvernietigende, minder verstrekkende en voor alle betrokken partijen aanzienlijk minder restschuld creërende oplossingen. Tijd voor een koerswijziging?!  Wordt vervolgd…