GEZOCHT: voormalig bankmedewerkers afdeling bijzonder beheer en/of zakelijke financieringen die (indien gewenst anoniem) hun ervaringen en visie met de stichting willen delen. U kunt contact met ons opnemen via het contactformulier of info@bankenboeven.nl

Rabobank 's-Hertogenbosch verzaakt zorgplicht, KiFiD kijkt weg

Rabobank 's-Hertogenbosch verzaakt zorgplicht, KiFiD kijkt weg
Type
particulier
Datum
05 jun 2015
Bank
(vestiging )
Aangever
“14 maal jaarinkomen als hypotheek en 20 schendingen GHF (Gedragscode Hypothecaire Financieringen)”

’s-Hertogenbosch - “Aandeel in elkaar,”  is de jongste slogan van de Rabobank. Wat Mieke betreft is dat aandeel in haar leven veel te groot. Inmiddels 7 jaar leeft ze onder de grootst mogelijke financiële druk. Oorzaak was haar vertrouwen in de vorige Rabo slogan: “Onze Private Banker kent het verhaal achter uw vermogen. Uw vermogen, onze zorg”
 
Met een pensioeninkomen van € 116.000,= leek een leuke oude dag in het verschiet te liggen. Op basis van dit inkomen kregen Mieke en haar man eind juli 2008 advies van hun Private Banker om voor € 1.415.000,= een hypotheek aan te gaan. De hypotheekschuld betrof 60% van de waarde van het mee verbonden onroerend goed. Dit vermogen is tot stand gekomen door hard werken en veel sparen.
Private Banker Chris adviseerde met medeweten van de directie Rabobank ‘s-Hertogenbosch de gewraakte hypotheekconstructie. Dit nipt 6 weken voordat de kredietcrisis ook in Nederland zou uitbreken. Als financieel specialist had Chris zonder twijfel de naderende bankencrisis gevolgd vanaf zomer 2007, het moment dat de financiële crisis uitbrak in de Verenigde Staten.
 
2008, het begin van de lijdensweg
Al jaren hadden Mieke en haar man bij Rabobank Private Banking hun eigen adviseur, de heer Chris. Tijdens hun leven van hard werken woonde het echtpaar in een mooi appartement in ‘s-Hertogenbosch. Daarnaast hadden zij vermogen opgebouwd in vastgoedbeleggingen en een tweede huis in Spanje. De panden waren allemaal gedeeltelijk hypothecair belast en alles leek prima in orde.
Hun situatie veranderde echter toen in 2005 de hoogbejaarde moeder van Mieke dement werd. Ook beginjaren 2000 bleek de verzorging van demente ouderen al erbarmelijk. Mieke kon het niet langer aanzien en wilde graag dichter bij haar moeder gaan wonen. Ze wilde een deel van de verzorging op zich nemen om haar moeders laatste jaren te verlichten. Mieke en haar man moesten daarvoor verhuizen, immers regelmatig werden er meer dan 200 autokilometers per dag gemaakt. De huizenmarkt was toen, voorjaar 2008, nog goed.

Na een vermoeiende zoektocht vonden ze een geschikte woning, dicht bij Mieke’s moeder maar het echtpaar twijfelde of de aankoop wel verantwoord was. Omdat de tijd drong besloten Mieke en haar man eerst en vooral het met Chris te bespreken. In overleg met Chris, besloten zij het koopcontract met een financieringsbeding te tekenen bij de NVM makelaar.

“U hoeft zich financieel nooit zorgen te maken”
Omdat Miekes echtgenoot slechts enkele maanden voor zijn pensionering zat, vroeg Mieke (toen 58) zich af hoe om te gaan met het voor haar bestaande pensioengat, huwelijkse voorwaarden en dus de financiële ongelijkwaardigheid t.a.v. haar echtgenoot. Mieke was geen financieel specialist. Maar gelukkig hadden ze Chris, hun eigen Private Banking adviseur van de Rabobank.  “Als Private Banking relatie heeft u contact met uw eigen adviseur. Deze kent uw verhaal en zorgt ervoor dat het advies steeds aansluit bij uw situatie. Ook wanneer deze wijzigt” las Mieke nog even de brochure door die ze van Chris had gekregen. Tijdens de afspraak uitte Mieke haar zorgen en dus twijfels aangaande de aankoop van het nieuwe huis in combinatie met het nog niet verkochte appartement, de servicekosten en (financiële) lasten van hun Spaanse huis en nog een paar andere aanzienlijke kostenposten.

Private Banker Chris echter, lachte al haar zorgen weg. “Mevrouw, u bent meer dan vermogend. U hoeft zich financieel nooit zorgen te maken”. Mieke gaf nogmaals aan dat ze zich financieel onveilig voelde en over te weinig kennis beschikte om dus gefundeerd een beslissing te nemen. Chris antwoordde dat alles meer dan gedekt en verantwoord was. Zij besloten te wachten op het financieel overzicht van de bank waaruit de lasten zouden blijken en de daarbij horende achterliggende uitleg van de bank. Deze kwam echter niet, wel kwam op het allerlaatste moment de toezegging van de financiering in de vorm van een offerte. Na kantoortijd op 31 juli 2008 (deadline ontbindende voorwaarde koopcontract) viel deze in de bus.

Daarmee was beslist dat de koop van het pand doorgang kreeg. Want na de financieringsgoedkeuring (ontbindende voorwaarde) van de bank hadden Mieke en haar man de plicht het huis af te nemen. Indien het echtpaar de woning niet zou afnemen moesten zij minimaal 10% van de koopsom betalen om het koopcontract te ontbinden. Bovendien heeft de verkoper van het betreffende huis het recht om het pand vervolgens voor een lagere prijs te verkopen en het verschil te verhalen op de ontbindende partij. Het ontbinden van het koopcontract zou dus een verlies van tonnen gaan opleveren.

Mieke raakte in paniek en zag haar financiële veiligheid wankelen. Ook de aanvankelijke twijfels van haar man werden bevestigd. De Rabobank had hen echter een financieel specialist een professional van de afdeling Private Banking toegekend, een man die gezien zijn functie niet alleen de (hypotheek)markt kende maar ook alle achtergronden van hun eigen financiële situatie, waaronder de woning in Spanje. Deze deskundige zei toch immers, dat de financiering probleemloos kon, geen enkele reden tot zorgen..?!

Zes weken na het afsluiten van de hypotheek brak de kredietcrisis uit in Nederland, daarmee de overzeese bankencrisis volgend. Het appartement in ’s-Hertogenbosch bleek aanvankelijk onverkoopbaar. Pas eind 2011 werd het met € 140.000,= verlies verkocht.

Schending Gedragscode Hypothecaire Financiering
“Het is een drama,” verklaarde de adviseur van Rabobank ’s-Hertogenbosch Private Banking naderhand zijn advies, om vervolgens in het niets te verdwijnen. “Daarna was niemand van de directie Rabobank ’s-Hertogenbosch aanspreekbaar,” kijkt Mieke terug. “En dat terwijl we vaak een verzoek tot een gesprek hebben ingediend.” Reactie kwam tenslotte van de nieuwe manager Private Banking, Jean Louis. Voorzien van MG (sportauto) en bijpassende kledij hoorde Jean Louis het verhaal van het echtpaar aan. “Ga maar naar het KIFID”, zo raadde hij “zijn” cliënten aan. Een advies dat Mieke en haar echtgenoot in vertrouwen opvolgden en wat hen, naar later bleek duur kwam te staan.

Via de Ombudsman en de Geschillencommissie van het KIFID kwamen ze bij de bij de Commissie van Beroep, waarbij de bank zich laat vertegenwoordigen door Witte & Partners Advocaten, Rabobank zelf dus.

“Hun advocaat Mr. v/d B. bedient zich daarbij van onwaarheden of zelfs wellicht te noemen bedrog op zeer onethische en persoonlijk grievende wijze,” blikt Mieke terug. “Manager private banking, Jean Louis, die aanwezig was namens Rabobank ’s-Hertogenbosch, wist wel beter maar liet de onwaarheden passeren zonder een spier te vertrekken.” KIFID zelf geeft aan dat je als particulier ook zonder advocaat bij hen kan klagen. Maar in de praktijk loop je als consument bij het KIFID tegen een muur op. “

Mieke en haar echtgenoot schakelen dus bij de Commissie van Beroep een eigen advocaat in, die de zaken verder uitzocht en constateerde dat er een Gedragscode Hypothecaire Financiering bestaat, kortweg GHF (waar de Rabobank onderschrijft mee te hebben gewerkt ten tijde van de advisering) en dat deze in het onderhavige advies op vele punten is geschonden door de Rabobank.

“Wat daar ook van zij”
Sinds enkele jaren worden behoorlijke eisen gesteld aan financieel en hypotheekadvies. Een deskundig hypotheekadvies begint met het inventariseren van de klant zijn persoonlijke situatie alsmede zijn doelen en wensen. Daarbij spelen o.m. inkomen, leeftijd en inkomensverwachting een cruciale rol.

Mieke en haar man waren reeds jaren klant van Rabobank ‘s-Hertogenbosch. Er liepen reeds 2 financieringen bij de bank en er was persoonlijk contact via het Private Banking concept. Bij de beoordeling van de financieringsaanvraag in 2008 lijkt de bank willens en wetens geen rekening te willen houden met de werkelijke situatie. Naast het feit dat Chris logischerwijs bekend zou moeten zijn met de relevante informatie en gegevens van zijn klanten en hun feitelijke situatie had Chris uit de aangifte IB nog kunnen opmaken dat zij sinds 2003(!) een woning in Spanje hadden. Het verhaal dat dit een verrassing zou zijn voor de bank is volstrekt ongeloofwaardig. Het KIFID doet hier overigens nog een schepje bovenop maar daarover later meer. Zowel de woning in Spanje als Heel en het appartement in ’s-Hertogenbosch kende aanzienlijke servicekosten van tezamen ruim € 25.000,-- per jaar. Hiervan is niks terug te vinden in de berekening van de bank en het KIFID. Ook wordt er nergens rekening gehouden dat een aanzienlijk deel van de financiering fiscaal in box 3 valt. In het gehele verloop van de procedure lijkt het een doel op zich geworden te zijn om aan te tonen dat meneer en mevrouw niet overgefinancierd zouden zijn. De feiten: € 116.000,-- inkomen, schuld ruim € 1.400.000,--, servicekosten (bijkomende woonlasten) van ruim € 25.000,-- per jaar en een substantieel deel van de lening in box 3!

Na 7 jaar is het Mieke en haar echtgenoot nog steeds niet duidelijk welke discussie over welk deel van de financiering gevoerd moet worden om aan te tonen dat de Rabobank wellicht toch wat te kwistig is geweest in het verstrekken van een hypotheek in het kader van haar zorgplicht. De mate van overfinanciering kunt u opmaken uit de bijgevoegde sheet, zowel met als zonder (klik om de bijlagen te openen) overbruggingsfinanciering.

Een tweede zwaarwegend punt in het kader van de zorgplicht betreft het koopcontract van de woning zelf. Uit het koopcontract blijkt dat voor ontbinding op basis van financieringsvoorbehoud er tenminste 2 afwijzingen overlegd hadden moeten worden. Hier zijn Mieke en haar echtgenoot nooit op gewezen. Zelfs al had Rabobank de financiering op het laatste moment niet gedaan, had het echtpaar aan de koop vastgezeten. Voorts staat in artikel 16.3.1 (bijlage) ook nog een heel bijzondere clausule…. Een professionele indruk maakt het allerminst. Het is onbegrijpelijk dat de adviseur de koopovereenkomst niet met zijn klanten heeft besproken en daarnaast nog eens dat de bank een dergelijk koopcontract überhaupt acceptabel vindt.

Hoe brutaal de Rabobank deze discussie wenste aan te gaan met het gepensioneerde echtpaar blijkt wel uit de volgende feiten. De vertegenwoordiger van Rabobank moest schriftelijk melden dat mevrouw shoppen in de stad belangrijker zou vinden dan de besprekingen aangaande de aankoop van de woning bij te wonen. Naar de stad gaan om te shoppen staat voor de Rabobank klaarblijkelijk op hetzelfde niveau als te zorgen voor een zwaar dementerende moeder die overduidelijk niet goed te verzorgen viel door het Nederlandse medische en zorgsysteem. Het zorgen voor zieke ouders is natuurlijk wel het laatste waar je als bank denigrerend over moet gaan doen, maar tja, als je wat lastig in een dossier zit met je klant moet je wel eens over de rand gaan hangen. Voorst stelt de bank dat het verzorgen van je dementerende ouder geen reden was om te verhuizen naar Eindhoven. Los van het feit dat dagelijks 200 kilometer gereden moest worden lijkt een bank niet de aangewezen partij te zijn om te bepalen, noch te oordelen waar iemand wel of niet zou willen of mogen wonen.

Verder kon de advocaat van Rabobank het niet nalaten om jolig tijdens de zitting bij het KIFID op “ jaloerse” toon te stellen dat hij als “armlastige” werknemer zich zo’n woning in Spanje nooit zou kunnen veroorloven. Dezelfde advocaat wist na de zitting alles overziend te melden dat er sprake was van een “taakstellende financiering”. Het bleek geen nieuwe hypotheekvorm te zijn maar een synoniem voor financiële destructie van een gepensioneerd echtpaar.

Inmiddels zijn de gevolgen van de vernietigende werking van de Rabohypotheken voor het echtpaar goed te voelen. Het appartement in ’s-Hertogenbosch werd uit nood verkocht voor € 140.000,-- onder de stichtingskosten. De woning in Spanje wordt noodgedwongen een aantal maanden per jaar verhuurd en het huis in Eindhoven wordt permanent verhuurd. Rabobank voelt zich prima bij de uitspraken van de diverse instanties en ziet daarom mogelijkheden om van de huuropbrengsten € 800,-- per maand extra te eisen voor aflossing. Dit spits het probleem alleen nog maar verder toe.

Rabobank wenst geen enkele schikking of anders in het dossier wat onbegrijpelijk is voor een professionele partij. Verkoop van de woning in Eindhoven levert op basis van de huidige omstandigheden een minimaal verlies op van € 200.000,--. Het echtpaar is inmiddels door al haar reserves heen zodat dit geld niet meer voorhanden is. Verkoop van de woning in Spanje is al helemaal geen optie gelet op de enorme vastgoedcrisis van de afgelopen 10 jaar. Door de leeftijd van meneer is een herfinanciering zo goed als onmogelijk. Het verbaast dan ook des te meer dat Jean Louis telefonisch denkt te kunnen volstaan met de mededeling dat er dan maar o.g. verkocht moet worden. Op de vraag hoe de bank zich dat voorstelt kan hij met veel bombarie en beeldvorming slechts stellen dat de uitspraken van de diverse instanties voor zich spreken. Hiermee toont de bank feilloos aan dat ze geen enkele oplossing heeft voor het probleem dat ze zelf gecreëerd hebben.

Deze opsomming is niet limitatief, de advocaat van het echtpaar heeft in totaal 16 feitelijke onjuistheden en onjuiste argumenten van de Rabobank opgesomd, wij citeren:  

Feitelijke onjuistheden & onjuiste argumenten in verweer bank
Het verweer dd. 24 juli 2013 namens de bank vermeld vele onjuistheden. Een aantal van die onjuistheden wijs ik bij deze aan, daarbij het verweer parafraserend, waarbij ik aangeef waar de onjuiste bewering staat.
1)       Cliënt is weldegelijk aanwezig geweest bij de gesprekken met de bank. Beweringen als zou zij slechts één keer zijn aangeschoven na te zijn wezen winkelen zijn wellicht bedoeld om een erkenning van haar aanwezigheid uit te lokken? In ieder geval is die bewering onjuist.
2)       Blz. 2 verweer meldt: “eigenaar van kapitale villa van E 1 miljoen in Spanje”Dit is niet juist. Om precies te zijn, cliënte en haar man hebben in 2003 € 1 miljoen geïnvesteerd. Het pand heeft nooit die verkoopwaarde gehad. De huidige waarde is naar schatting ca. de helft (0,5 miljoen) en daar komt dan nog de gerelateerde hypothecaire schuld op in mindering.
3)       Blz. 2 verweer: “ na tekening koopovereenkomst en bedenktijd, is de bank om een offerte gevraagd”. Dit is onjuist. In deze wordt verwezen naar de email zijdens de familie  d.d. 15 juni 2008 (Productie 5 van verweerder). Er werd pas na de aanvraag bij de bank op 19 juni 2008 een koopovereenkomst getekend (zie bijlage 1).
4)       Blz. 2 verweer: “niet kenbaar gemaakt aan bank dat op huis in Spanje financiering rustte”.  Dit is onwaar, dit is wel degelijk besproken met de Private Banker. Bovendien dient de bank dit soort zaken te controleren en vast te leggen van welke informatie zij in deze uit gaat. Het is gebruikelijk dat er een financiering is en zonder expliciet te controleren hoe dit zit mag een bank niet van het tegendeel uitgaan.
5)       Op blz. 3 van het verweer merkt de bank op: “klacht ingediend door mevr. en niet door dhr., dit is opvallend”. Beiden menen dat zij zijn benadeeld door de bank. Omdat dit voor mevrouw nog sterker geldt dan voor meneer hebben zij als consumenten gemeend dat het dan voor de hand lag namens haar de klacht(en) in te dienen. Andere conclusies kunnen hieraan niet worden verbonden.
6)       Blz. 3 verweer: “ twee offertes; juli 2008 en juli 2009, laatste van belang”. Dat is als al aangegeven onjuist, nu het financieringsvoorbehoud is verlopen per 1 augustus 2008. Na het positieve advies van de bank in juni 2008! De bank probeert hier een truc uit te halen. Mijn conclusie is dat zij weet dat ze in juni 2008 te kort is geschoten in haar zorgplicht. We mogen aannemen dat zij anders wel gemotiveerd verweerd had gevoerd op grond van het ongetwijfeld bij haar aanwezige complete dossier
7)       Blz. 3 verweer: “beide offertes zonder protest of iets dergelijks getekend”. Dit is onjuist, mw. heeft weldegelijk haar onzekerheden en twijfels neergelegd. Overigens doet het er niet toe. De bank dient een consument tegen zichzelf te beschermen vanwege de deskundigheid die de bank heeft m.b.t. persoonlijke financiën en gerelateerde financieringsvraagstukken. Dat de bank iemand zover heeft gekregen een stuk te tekenen doet daaraan niets af.
8)       Blz. 3 verweer: “ vermelding in offertes van risico’s overbrugging”. Dit betreft mostert na de maaltijd. Deze opmerking had in juni 2008 gemaakt moeten worden, Dat was immers het moment dat cliënte en haar man nog een beroep konden doen op het financieringsvoorbehoud. De vraag is on hoeverre toen voldoende is gewezen op de risico’s. Nu daarover niets of nauwelijks iets is gesteld moet er van uit worden gegaan dat dit niet het geval is. In deze verwijs ik naar wat al is opgemerkt over het ontbreken van een onderbouwd verweer zijdens de bank.
9)       Blz. 5 verweer: “ bank wist niet van financiering woning Spanje, ook niet op belastingaangifte”. Dit is onjuist: in Spanje wordt op de belastingaangifte alleen de netto waarde van een woning (verkoopwaarde -/- hypothecaire schuld) opgegeven. Mondeling is er destijds ook op gewezen dat voor de consistentie e.e.a. op dezelfde wijze op de Nederlandse fiscale aangifte is aangetekend. N.B. dit betreft een voetnoot nu e.e.a. niet ziet op 2008, het moment dat de omstreden financiering door de bank werd afgegeven.
10)   Blz. 5 verweer: “ Servicekosten niet bij bank bekend en dient zonder autokosten te zijn”. Enerzijds is dergelijke informatie niet gevraagd door de bank (had wel gemoeten als zij de woning als vermogen had willen meenemen, zie 6.6 GHF) anderzijds had zij er redelijkerwijs rekening mee moeten houden dat er servicekosten zijn die de waarde van het buitenlandse onroerend goed drukken. In ieder geval mag zonder informatie te vragen niet worden aangenomen dat dergelijke kosten er niet zijn. E.e.a. is bovendien mondeling weldegelijk aan de Private Banker gemeld. Vaste autokosten zijn bovendien onvermijdelijk vanwege de ligging van het Spaanse huis in de bergen. Als je het vrij besteedbare inkomen van een consument wilt uitrekenen moet je dit soort zaken toch meenemen? Het betreft bovendien maar 6% van de servicekosten. Het verweer van de bank leidt hiermee dus af van waar het werkelijk om gaat.
11)   Blz. 6 verweer, spreekt van een: “buffer van € 300.000, waarvan € 100.000 aan liquiditeiten en €. 200.000 in aandelen en vastgoedfondsen”. Ook dit is feitelijk onjuist! Het was € 100.000 in liquiditeiten en aandelen en € 200.000 in vastgoedfondsen, die zeker niet liquide zijn. Dit is bekend bij de bank. Er worden nu ook geen inkomsten uit gegenereerd en nu al is duidelijk dat een bedrag aan € 75.000 verlies is geleden op de vastgoedfondsen.
12)   Blz. 6 van het verweer stelt: “ voorafgaand aan de offerte is besproken, dat het appartement in Den Bosch zou kunnen worden verhuurd”. Dit is onwaar. Dit is helemaal niet voorafgaand aan de offerte besproken. Er is in deze geen enkele waarschuwing door de bank gegeven. Toen het appartement na een jaar niet verkocht was, hebben cliënte en haar man - uit nood - het initiatief genomen tot verhuur en aanvraag van een vergunning op grond van de Leegstandswet.
13)   Op blz. 6 spreekt de bank over een: “miljoenenpand in Marbella”. Duidelijk een poging een beeld neer te zetten van grote rijkdom, maar dan wel met een feitelijk onjuiste basis. Het huis in Marbella had in 2008 een waarde van minder dan 0,5 miljoen en daar stond een hypothecaire lening tegenover van ongeveer twee ton (zie blz. 4 beroepschrift). Het oordeel van het KiFiD in 1e instantie spreekt per abuis van een waarde van 1 miljoen. Dat dit te hoog en onjuist is, is al uiteengezet. Maar zelfs dan gaat het niet om miljoenen! Ondeugend van de bank om een dergelijke term te gebruiken.
14)   Blz. 6 verweer stelt: “verhuur van villa Marbella is voldoende om financieringslasten te dragen”. Dit is helaas eveneens onjuist. Het pand is noodzakelijkerwijs (beperkt) verhuurd sinds 2011 (hoogseizoen), maar dit kan niet de financieringskosten dekken. Het dekt uitsluitend enkele vaste andere kosten. Verhuur kan bovendien alleen zeer beperkt omdat verhuur en poging tot verkoop moeilijk samen gaat.
15)   Blz. 7 verweer meldt: “om (luxueuze) levensstandaard te handhaven, villa in Eindhoven gaan verhuren en in Marbella gaan resideren”. Wat is dat voor rare stemmingmakerij? Het is pijnlijk voor cliënte hoe anders de feiten liggen. Uit financiële nood is het Eindhovens huis (geen villa) verhuurd. Dit geeft een netto opbrengst van € 374 per maand.(zie bijlage 2). Dit is de bank bekend. Deze heeft vervolgens verpanding van de huurinkomsten en € 800,- extra aflossing per maand als voorwaarde gesteld voor deze verhuur. Dat betekent een extra maandelijks financieringstekort van € 426 per maand. Had hier de menselijke maat niet gehanteerd kunnen worden voor mensen die hun financiële problemen proberen te beperken?
16)   Blz. 7 en 8 verweerschrift melden dat “geen overlijdensrisicoverzekering nodig was in 2008”. Dat is aantoonbaar onjuist. De bank gaf in juli 2008 aan dat geen overlijdensrisicoverzekering nodig was en nu in 2013 adviseert men mevrouw zich te verzekeren tot een bedrag van € 500.000, zoals al gemeld bij de Geschillen Commissie. Zie blz. 7 en 8 procesdossier. Dat zou als de financiering destijds in 2008 niet was afgegeven nu niet nodig zijn geweest.


In de latere procedure bij het KIFID lijkt de discussie slechts te gaan over een paar duizend euro meer of minder aan inkomen. Dit is gegeven de onwaarschijnlijke overcreditering natuurlijk volstrekt irrelevant. Toch blijkt dat de Commissie Beroep KIFID het inkomen ongemotiveerd heeft aangevuld om het tekort in de maximale leencapaciteit conform GHF te verantwoorden. Let wel dit binnen de kaders van de werkelijke financieringslasten waar het KIFID mee wilde rekenen, d.w.z. zonder de eerder vermelde servicekosten en de woning in Spanje.

Verder constateren het echtpaar en hun advocaat dat het KIFID telkens weer verzuimt om de schendingen van de gedragscode in hun conclusies en advies mee te nemen. Zelfs als de zaak in hoger beroep dient wordt dit door de commissie afgedaan met “wat daar ook van zij”. "Tijdens zo’n proces kom je er achter dat het KIFID door de banken wordt betaald en dat het dus feitelijk de slager is die zijn eigen vlees keurt,” zegt Mieke die weinig fiducie meer heeft in banken en hun controlerende organen. Helemaal toen ze na de jarenlange schijnvertoningen bij het KIFID er achter moesten komen dat het regulier Gerechtshof slechts marginaal uitspraak kan/mag doen als er een bindend advies van het KIFID ligt. “Ja,” geeft ze toe: “ook het slechte advies van de Rabobank om naar het KIFID te gaan hebben we in goed vertrouwen opgevolgd. Wat een misleiding!”

We citeren nogmaals de advocaat van het echtpaar inzake de schending van de zorgplicht:

Ontbreken onderbouwd verweer & zorgplicht schendingen
In het beroepschrift is een aantal punten genoemd waaraan de bank in haar verweer tenminste aandacht zou moeten besteden, onder randnummer 42. Dat is niet gebeurd in 2008. Ik vestig in deze de aandacht op een aantal tekortkomingen zijdens de bank.
 1)       De bank heeft niet benoemd welke maatstaven zij in juli 2008 heeft gehanteerd voor berekening van wat een aanvaardbaar risicoprofiel en waaruit blijkt dat die maatstaven destijds algemeen geaccepteerd waren in haar branche. Zij heeft slechts verwezen naar een berekening van 2009, die pas achteraf in nov/dec 2009 is gemaakt! Cliënte en haar man hebben deze voor aanvang van de procedure bij het KiFiD dus nooit gezien.
Waaruit blijkt dat de bank in 2008 aan cliënte en haar man informatie heeft overgelegd als geëist door punt 3, van de Gedragscode Hypothecaire Financieringen die zij als productie 9 heeft overgelegd? Niet uit productie 8 bij het verweer. Dat stuk is een pas achteraf in de procedure in 1e instantie bij het KiFiD ontvangen stuk dat bovendien ziet op 2009 i.p.v. op 2008, het meetmoment voor de zorgplicht van de bank!
2)      Informatie waaruit blijkt dat de te onderbouwde maatstaf destijds – tijdig - is voorgehouden en op voor een doorsnee consument begrijpelijke wijze is uitgelegd ontbreekt. Volgens haar offerte uit 2008 (productie 10 beroepschrift) is die uitleg ook niet gegeven. De hypotheeklasten berekening ex art. 4 GHF is nooit aan de heer en mevrouw  verstrekt, niet in 2008 en ook niet in 2009 overigens. Ook maandlasten- en hypotheeklastenberekening ontbraken i.s.m. 5 leden 8 en 12 GHF.
3)       Heeft de bank om inkomensbewijzen en andere adstruerende stukken gevraagd om fouten en misverstanden te vermijden? De bank hoort te weten welke stukken zij nodig heeft en mag het niet aan een consument laten in te schatten welke informatie nodig is.
4)       De bank dient de financiële uitgangspunten degelijk en deugdelijk te hebben gecontroleerd in juli 2008 en van haar mag worden gevergd dat zij dit aantoont. Dit is niet gebeurd. De bank gaat er zelfs niet echt op in. Dat betekent dat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de bank dit destijds niet heeft gedaan.
5)       Een duidelijke, complete en gespecificeerde berekening, waarin een in juli 2008 gehanteerde maatstaf en financieringsmogelijkheden tegen elkaar zijn afgezet ontbreekt. We moeten dus wel aannemen dat die berekening er niet is en dat deze nooit is gemaakt. Ook kunnen we niet anders dan te concluderen dat een dergelijke maatstaf dus kennelijk niet is gehanteerd. Gezien het feit dat de financieringsruimte krap aan was is dit zeer onzorgvuldig te noemen.
6)       Cliënte had andere financiële risico’s dan haar echtgenoot aangezien zijn evt. overlijden de pensioenrechten zou aantasten (bovendien ook 8 jr. nog geen AOW) en aangezien zij op huwelijkse voorwaarden waren getrouwd. Dat hier rekening mee is gehouden wordt niet onderbouwd en niet gesteld door de bank. We moeten dus aannemen dat dit niet is gebeurd.
7)       De Geschillencommissie kwam op basis van een juist inkomen van € 116 K en een te hoog vermogen, - dat bovendien niet meegewogen had mogen worden - tot de conclusie dat de financiering “krap aan” was. In dat kader mocht van de bank worden verwacht dat e.e.a. duidelijk navolgbaar zou worden berekend en afgewogen, destijds en in haar verweer. Gezien het ontbreken van een berekening terzake de offerte in 2008 is die berekening kennelijk niet gemaakt. Niet voor meneer en niet voor mevrouw (i.s.m. art. 5.14 GHF). Ook een vaststelling van de bruto lasten conform 6.3 GHF ontbreekt en deze zou de bank hebben moeten weerhouden van het verstrekken van een financiering. De schending van de zorgplicht van de bank is hiermee gegeven.
8)       Destijds is door de bank nooit aangegeven dat zij niet liquide vermogen mee woog bij de financieringsofferte en is niet gewezen op restschuldrisico’s. Dit zou vanwege daarmee samenhangende risico’s tenminste duidelijk voorgehouden moeten zijn. Dit is nooit gebeurd i.s.m. 6.5 en 6.6 GHF. Cliënte en haar man mochten er dan ook van uitgaan dat alleen op hun liquiditeit werd gefinancierd.
 Alle vorenstaande omstandigheden samen en ieder voor zich leveren een schending op van de zorgplicht van de bank jegens cliënte.

 
Fout advies Private Banking: geen oplossing, geen herstel, geen excuus en nadelige gevolgen en consequenties enkel en alleen voor de klant
Op een jaarinkomen van € 116.000,= met vaste lasten aan jaarlijkse servicekosten van € 25.000,= werd voor € 1.415.000,= aan hypotheek afgesloten. Tot nu toe hebben Mieke en haar echtgenoot de kosten kunnen opbrengen door hun Nederlandse huis te verhuren en door ook na pensionering deels door te blijven werken.
 
De zorgen om de financiën eisen echter hun tol. Daarnaast leven zij dagelijks met de kater dat zij volledig vertrouwden op de kennis en expertise van nota bene de afdeling Private Banking van de Rabobank. Een afdeling, waarvan een klant mag verwachten en  zoals ook door hen zelf wordt beloofd, dat zij alle specialistische kennis en kunde in huis hebben en voor hun klanten aanwenden. Als dat advies faliekant verkeerd uitpakt is er echter niemand van de directie bij Rabobank ’s-Hertogenbosch te vinden die met hun ooit zo gewaardeerde klant Private Banking wil spreken. Oplossingen, verantwoordelijkheid en alle gevolgen van Rabo adviezen liggen bij de klant…. maar dat vermelden de wervende brochures niet.
 
Bijlagen: bindend advies KiFiD en uitspraak commissie van beroep KiFiD

Lees hier de update of follow up in dit dossier